Genealogie van de familie Hassing

Voornaam:


Achternaam:


  
 
   


Grote Veenpolder - geschiedenis

De geschiedenis van de Grote Veenpolder - Friesland (zie www.groteveenpolder.nl)

Eerste bewoning, ontstaan dorpen
Veen, turf, brandstof
In de Middeleeuwen
De tachtigjarige oorlog
Naar de 21ste eeuw
Anno 2004

 

Eerste bewoning, ontstaan dorpen


Al omstreeks 1100 woonden er mensen in de streek van wat nu wel de 'Grote Veenpolder' wordt genoemd, maar pas in de middeleeuwen kwam de bewoning echt op gang. Er werden woningen (zeg maar hutjes) gebouwd, meestal in groepjes bij elkaar. Zo ontstonden de dorpen in de Grote Veenpolder: Munnekeburen, Scherpenzeel, Spanga en later Langelille en Nijetrijne.

Tussen die dorpen waren ook verbindingswegen. Dat was eerst een soort karrespoor (het Voetpad). Het was een zogenaamde 'Binnenweg'. Toen de behoefte aan meer en betere vervoersmogelijkheden groeide, werden ook 'Buitenwegen' aangelegd. Die waren breder en wagens met paarden er voor konden er gebruik van maken. Zo ontstond bijvoorbeeld de Grindweg.


Veen, turf, brandstof

Gemakkelijk hadden de mensen in die tijd het niet. Ze hielden zich in leven door wat dieren te houden (schapen, geiten) en probeerden voedsel te verbouwen. De grond was echter op veel plaatsen weinig vruchtbaar. Vandaar de naam 'Rottige Meenthe' (slechte grond). Al snel ontdekte men, dat de veengrond kon worden gedroogd en afgestoken, wat de brandstof 'turf' opleverde. Door het afgraven van het veen ontstonden de 'petgaten' die in een fikse storm kleine meertjes werden. Daaruit kon vis gevangen worden.

De turf moest worden vervoerd en dat ging lastig over de bestaande wegen en daarom groef men een soort kanaal vanaf Spanga langs Scherpenzeel en Munnekeburen en verder Weststellingwerf in. Het werd later met rust gelaten, waardoor het steeds meer op een riviertje ging lijken. Dat was en is nu nog de Scheene.

 


In de Middeleeuwen

In die tijd (de Middeleeuwen dus) had de Rooms-katholieke kerk overal in ons land grote invloed. Niet alleen in het dagelijks leven, ook in politiek en bestuur. Ook in de Grote Veenpolder was dat het geval. Er hebben in deze contreien zelfs kloosters gestaan. Kloosters en kerken hadden vaak ook eigen grond. Allerlei namen herinneren hier nog aan. Zo lag bij Spanga een stuk land met de naam 'Munnikenkamp'. Het land tussen het Voetpad en de Grindweg heette vroeger 'Kloosterland'. En natuurlijk heeft de naam 'Munnekeburen' te maken met monniken van een klooster, dat ooit in de buurt heeft gestaan.

Mensen uit Langelille gingen naar de kerk over de 'Kerkeweg'. In de buurt waar nu Slijkenburg ligt, lag vroeger een boerderij die eigendom was van een klooster. Die droeg de naam 'Slikenborch' (in die streek was veel modder en slijk). Veel borgen of burgen waren gebouwd op een hoogte, een soort terp dus. Veel invloed hadden ook de 'kasteelheren'. Bij Kuinre lag zo'n kasteel en de 'Heer van Kuinre' noemde zichzelf 'Heer van Kuinre, Stellingwerf, Schoterwerf en Oosterzee'.


De tachtigjarige oorlog

In het begin van de tachtigjarige oorlog tegen de Spanjaarden werd tussen Kuinre en Spanga een versterking of schans gebouwd met de naam Slijkenburg. Omdat het op een hoogte lag, hadden de kanonnen een vrij schootsveld over het omringende land en over de toenmalige Zuiderzee langs wat nu de dijk naar Kuinre is. Bovendien kwamen hier de Linde en de Tjonge bij elkaar en er kon geld worden verdiend door de schepen die met turf geladen naar het zuiden trokken, tol te laten betalen.

In 1580 kwam Steenwijk in handen van de Spanjaarden en vandaaruit kwamen de Spaanse soldaten ook naar Kuinre en Friesland en bezetten Slijkenburg. De stellingwerven hadden veel te lijden onder de strooptochten die de Spanjaarden van daaruit ondernamen.
Ondertussen kozen de Staten van Friesland de kant van de opstandelingen en in 1585 voerde graaf Willem Lodewijk (met de bijnaam 'Ús Heit' een aanval uit op de Slijkenburger schans en hij slaagde er in deze te heroveren en later ook Steenwijk.
Voor de bevolking maakte het weinig uit wie er won, want soldaten van beide kanten maakten het mensen lastig met stroop- en rooftochten. Wanneer de Spanjaarden de baas waren, konden de katholieken kerkdiensten houden, maar toen Willem Lodewijk had gewonnen kregen de protestanten de meeste rechten en de roomskatholieken konden alleen in het geheim hun diensten houden (schuildiensten).




Naar de 21ste eeuw

Ook later in de geschiedenis (1672) speelde Slijkenburg nu en dan een rol in de strijd om de schans en de sluis.
Veel rust was er in die tijd niet en de ontwikkelingen in de Grote Veenpolder stonden vrijwel stil.
In de volgende eeuwen ging de afgraving van turf door, al werd dit langzaam minder door het gebruik van steenkool, later aardolie en aardgas.. De Helomavaart werd gegraven en heel langzaam begon het landschap van de Grote Veenpolder zich meer en meer te wijzigen tot het gebied zoals het nu is.

Veel veengebieden werden tot in de 20ste eeuw gekenmerkt door armoede en werkloosheid. De Grote Veenpolder maakte daarop geen uitzondering.
Dat begon pas te veranderen toen vanaf 1950 het gebied werd ontsloten en de streek beter bereikbaar werd. Belangrijke factor hierbij was de aanleg van de Pieter Stuyvesantweg, de verbinding tussen Wolvega en de Noordoostpolder.

 


Anno 2004

Niet langer was men in de grote Veenpolder alleen afhankelijk van het land. Er kwamen meer mogelijkheden om in het levensonderhoud te voorzien en kleine ondernemingen begonnen zich in de Grote Veenpolder te vestigen. Tegelijk kreeg men ook te maken met moderne maatschappelijke en economische ontwikkelingen die niet altijd in het voordeel waren van de leefbaarheid op het platteland. Bank en postkantoor werden opgedoekt en enkele winkeltjes verdwenen. Scherpenzeel kreeg een centrale plaats voor wat betreft de dagelijkse voorzieningen in de streek. Zo is er de supermarkt, een bakker, een (natuur)camping, bussen zorgen voor vervoer in diverse richtingen en dichtbij in Munnekeburen staan de basisscholen voor bijzonder en openbaar onderwijs. En natuurlijk is er de kerk die een grote opknapbeurt ondergaat.

 

Bovendien leeft de bevolking van de Grote Veenpolder in een natuurlijke omgeving die heel bijzonder is. De Rottige Meenthe met haar vennen en moerassen en de Scheene. Je fietst zomaar even langs de Linde en de Tjonger of je neemt een kijkje in de Brandemeer. Het is een prachtig gebied, dat niet wordt overstroomd door vertier zoekende toeristen.


Deze site wordt aangemaakt door The Next Generation of Genealogy Sitebuilding ©, v. 12.0.2, geschreven door Darrin Lythgoe 2001-2018.

Gegevens onderhouden door Léon Hassing.